Geachte leden,

Een jaar om nooit te vergeten. Laten wij ons eens een simpele vraag stellen, een vraag vaak voorbehouden aan de minder pragmatischen der aarde, de inkomstlozen of filosofen, wat elkaar natuurlijk niet uitsluit, een vraag die vaak geen antwoord verdient: Waarom?

Kwam dat doordat de eerste tafelavond van het jaar bij dhr Mosterd thuis was, alwaar de oud voorzitter ons vergastte op een keur aan polders grapgelag? Kwam dat doordat deze avond direct werd opgevolgd door de nu al legendarische mosselavond, die werd bijgewoond door onze Zuid Afrikaanse vrienden, waarbij zij ons allen tot diep in de vezels hebben geraakt, en hebben laten zien hoe verschrikkelijk goed wij het eigenlijk hebben? Kwam dat doordat wij diverse van onze tafelvrienden bijkans even vaak zagen op televisie zagen als in het echt, zoals dhr Wagner op Eurosport, die achterop de sjees staand, niet alleen vier paarden, maar ook nog een hevig puffende IJsbrand Chardon door het parkoers loodsde? Kwam het doordat sommigen van ons het ondernemersleven hebben omarmd en vermaledijt, zoals leden Marsman en Ploegmakers? Kwam het omdat leden Lagarde, Mosterd en ondergetekende nieuwe X chromosomen op deze planeet hebben weten te zetten maar godzijdank ook hier en daar een Y? Of doordat sommige anderen, ik noem een Lid Odijk, nog zo hard hebben gevochten met de naslepen hier van? Of met de geneugten, zoals Lid Bruinsma?

Kwam het omdat wij allemaal hebben gezien dat het de magie, dat ons bindt, niet zomaar te kopieren is, laat staan te verbeteren, zoals gedemonstreerd door het geriatrisch gilde van OLDelft? Kwam het doordat wij in hun droevige lodderogen onze eigen jeugd gespiegeld hebben gezien, het vermaledijde, ongrijpbaare, muskus geurende testosteron dat door onze aderen giert? Zijn wij, heren, geen jonge honden die met blikkerend witte tanden het merg uit het bot van het leven scheuren? Zijn wij geen mannen met harige benen en een kale borst, hebben wij niet zo’n buikje waar dames van zeggen dat het juist sexy is, is ons intellect niet slechts te meten op een logaritmische schaal? Zagen wij dat ook niet in de aantrekkingskracht die we hadden naar anderen, die ons bezochten, vaak helemaal uit het buitenland, om ons te vertellen hoe bijzonder onze tafel is?

Zullen wij ooit vergeten dat wij dit jaar zowel RT1043 Coventry als RT44 Paarl op bezoek kregen? Tegelijkertijd? Het gala diner alwaar wij het bedrag van €3000 overhandigden aan Marlo en Andre? Dat wij onze vrienden vrienden van elkaar hebben kunnen maken? Wie vergeet er het bezoek aan de AGM oostenrijk van leden Lagarde en Schuuring? Wie was er niet jaloers op Lid Schuuring, die zonder blikken of blozen een ticket boekte naar Zuid Afrika om aldaar omarmd te worden door 20 vrienden die altijd voor ons zullen klaar staan. Wie vergeet het onwereldse romatische huwelijk in Italie van lid van Koert met zijn geliefde Nicoletta?

Kwam het door de kwaliteit van de verhalen, die ieder van ons heeft gedeeld met anderen? Herinnert u zich het verhaal van Lid Goemans nog, zijn zieleroerselen, over hoe twee generaties van elkaar kunnen houden zonder elkaar te begrijpen? Het verhaal over de fascinatie van lid van Koert met roofvogels? Het verhaal van die lobbig ogende kunstpluis, tijdens de museumnacht, waar je naar kon luisteren zonder het te horen? De terugblik van Knoop, op zijn roerig tafelverleden. Een verhaal dat indruk maakt. Knoop, die in feite al enige jaren rustig aan doet, maar zelfs in die relatieve rust nog steeds één van de pillars of the table is. Heeft u, jonge tafelaar, zich niet stiekum, ‘s ochtends voor de spiegel slaand, niet voorgenomen om meer te zijn zoals Fred-Anton Knoop? Wij weten dat het waar is. Uw bestuur weet alles. Of was het het Schisma van Lid Overdevest, dat u nog dagelijks uit uw concentratie haalt tijdens het spelen op de Wii?

Ja, daar kwam het door.

Was alles dan perfect? Wellicht niet. Zo waren er ook enkele dalen, zonder welke de pieken niet kunnen bestaan. We noemen even kort, zonder ons op het negatieve te willen focussen, de context die onze pieken zo hoog hebben gemaakt. Zo was er het mislukte uitje naar High Tiddle. Zo waren er de bekende programmawijzigingen op het laatste moment. Zo bleek niet iedereen van mosselen te houden. Zo waren er de nodige premature tafel ejaculaties; we noemen die van de Oud Secretaris, die zijn griffel prematuur verruilde voor de rollator, en zo van ons weg dreef naar de maladiven, zo is er Lid van Koert, van wie wij ongetwijfeld minder korting gaan ontvangen bij het laten torderen van onze lagere rugspiermassa. Zo is er lid van Wijk, die zijn hart en ambitie zag samensmelten, daarbij ons verslagen achterlatend. Ook zijn er leden, die de wens hebben uitgesproken, om in een twee-onder-een-kap te willen gaan wonen, zonder dat zij een wezenlijke salarisopslag daaraan ten grondslag hadden beleefd. Dat kan maar één ding betekenen: verhuizen naar Winterswijk,  Lochem of Druten. Onze gewaardeerde voorzitter is ten prooi gevallen aan deze ambitie. Hij houdt echter dapper stand door in de beschaafde westerse wereld te blijven werken, en weet met zijn pragmatisch leiderschap op afstand de boel uitstekend bij elkaar te houden. Wij houden echter ons hart vast voor het moment dat dat ene bedrijf in Oost Nederland, dat nog mensen zoekt, hem een aanbiedig doet. Ook heeft uw secretaris van anderen, die wij thans niet bij naam zullen noemen, deze wens vernomen.

Maar zonder uitstroom, zij het prematuur, geen instroom! En welk een geweldig jongmenschen hebben wij weer mogen ontmoeten! We hebben kennis mogen maken met Lid Mosterd, die, mag ik dat noemen, als enige 15 km liep tijdens de eerste Dobberonde. Sommigen noemen hem de meest onwaarschijnlijke advocaat die ooit leefde, en vermoeden, dat hij, was hij zich niet laten omscholen tot jurist, zeker zelf in de criminaliteit zou zijn beland. Wij zijn simpelweg blij dat wij hem hebben leren kennen. En dat Morris op zijn moeder lijkt. En dan: het is onwaarschijnlijk welke juwelen je soms vindt in de enorme berg jongmanspersonen die geen lid zijn van onze tafel. Jan-Jaap, vanaf vandaag Lid Romijn, maat 46, niet slecht voor zo’n lang jongmensch, ookal is volgens eigen zeggen zijn aapfactor +8 cm. Ik denk dat ik voor iedereen spreek als ik zeg dat deze twee symbool staan voor het jeugdig enthousiasme dat onze tafel zo mooi maakt.

Ook daar kwam het door.

Kwam het doordat Lid van Wijk de Marathon van New York heeft uitgelopen? Wat hij zo snel deed dat zijn insulinepomp onderweg drie keer moest bijgevuld worden door meerennende zusters in strakke pakjes? Kwam het door het onvoorstelbaar rijke buitenlandprogramma van Lid Schuuring, die bovendien te tegenwoordigheid had om er zelf het meest van te genieten? Kwam het doordat we ons toch enkele avonden met het geriatrisch gilde van Oldelft hebben ingelaten, en het bleek dat deze rollator cowboys toch stiekum wel een klein feestje kunnen bouwen? Of kwam het door de zinderende klimax van de Dobberonde? Dank zij Lid Wiersma boven het jongensachtig gepiemel uitgetild tot een serieus evenement? Zo serieus dat pezenbundel Inge de Bruijn terecht zag dat haar aanwezigheid overbodig was? Een triomf, waar bovendien ongelofelijk veel tijd, zweet en ook hart in is gegaan. Daarom heeft uw bestuur enorm veel respect voor deze bescheiden, altijd sympathieke gigant. Als je hem ziet lopen, in zijn overmijdelijk rode trainingsjasje, zou je niet zeggen dat dit dezelfde persoon is die ‘s ochtends zijn streepjespak eigenhandig door zijn kledingpers heen haalt om daarna met tientallen miljoenen te gaan jongleren. Veelzijdigheid. Uw bestuur is er dol op. Dikke natte hulde.

Het kwam ook door hem.

Maar er is meer.

Mannen, voelen jullie het ook? Kijk eens om je heen: links-rechts-links, zie je die ondernemer, die consultant, die architect, die chiropractor, die operations manager, die rijksambtenaar, die advocaat, die streamliner manager, die verkoper, die ethisch expert?

Is dit een clubje kerels, door het lot aan elkaar verbonden? Ja, dat is het. En dat is prachtig. John Townsley uit Coventry Three Spires 1043 zei vorige week tegen me: “Eward, you guys do know that you have something really special, right?”. Ik was op mijn hoede want voor je het weet heb je een natte pink in je oor, dus ik sprong achteruit, maar wat bleek: John was serieus. Mannen, we hebben wat moois hier en daar moeten we wat moeite voor doen. Mooie dingen blijven niet altijd mooi, kijk maar naar Brussel. Ik heb wat ik nu wil zeggen drie keer uitgegumd want het kwam er zo vreselijk wijs uit, maar ik hoop dat de strekking duidelijk is. Laten we wat moeite blijven doen voor elkaar en de tafel, dan blijft het zo leuk en bijzonder.

Want bijzonder was het. Was het het familieweekend, zo goed georganiseerd door Ploegmakers, of was het de quiz waar hij heimelijk ‘s nachts aan gewerkt had? Was het de zaalvoetbalavond, met een echte ADO speler als trainer en 15 blubberende penzen met frisse jonge kerels er aan vast? Was het de inkijk van Lid Marsman in zijn gedachtengoed, was het het pittoreske, Anton Pieck-achtige huis van Lid Odijk in ‘t Woudt met Dee Tee, of de SCQA van Lid Wagner? Was het Scarlett Johansson, die zich maar al te graag laat weg photoshoppen door Ronde Tafel Geriaat en held Willem van den Hoed? Of was het de Spek Trilogie? Starring Richard Spek, die, als hij tenmiste niet de DVD spelers uit zijn gloednieuwe auto laat stelen, een puike NLP training voorzit? Waarna hij met zijn familiebus naar het Smurfendorp rijd, daarbij een middelvinger opstekend naar Gargamel, die langs de weg zijn vuist schudt naar de voorbijschietende stofwolk en daarna narrig Azrael een schop geeft.

Of was het gewoon die ene keer, dat je je een keertje kut voelde en dacht, ik ga niet, en toch ging, je verhaal kwijt kon aan die ene fijne vent, je voelde opknappen, en fluitend en licht aangeschoten en vol energie om 1 uur weer thuis kwam?

Eindigen we met een olijke kwinkslag.

En wie is er nou bij ons koning Kwinkslag? Wiens kwinkslagen voelden, ook dit jaar, soms meer als een nekslag? Bij wie kun je er op vertrouwen, dat als hij iets losjes uit zijn verband trekt, de ene helft van tafel lacht terwijl de andere helft facepalmend zit te hoofdschudden? Wie zei er twee jaar geleden, tijdens de bestuurswissel in Cafe Einstein toen een bedieningsmeisje binnen liep: “hee! hoe noem je het overtollige vet wat rond de vagina zit? Vrouw.” Ik denk dat we wel weten over wie we het hebben, behalve misschien Lid Romijn, al zal zelfs hij een vermoeden hebben.

Heren, voor uw bestuur zit het er op. Kon het beter? Vast. Maar wat hebben we gelachen.
Proost.

Uw secretaris.